Zo dronken als een aap
- 25 aug
- 4 minuten om te lezen

In april 2025 publiceerde de Universiteit van Exeter een studie in het tijdschrift Current Biology. Onderzoekers hadden camera's geplaatst in het Cantanhez Nationaal Park in Guinee-Bissau. Die camera's filmden chimpansees die gefermenteerde Afrikaanse broodvrucht aten en met elkaar deelden.
Tien keer.
Op verschillende dagen.
De onderzoekers maten het alcoholpercentage in de gedeelde vruchten. Het hoogste gehalte was 0,61% ABV. Dat klinkt laag. Maar chimpansees eten voor 60 tot 85 procent van hun dieet fruit. Als dat fruit licht gegist is, loopt de dagelijkse alcoholinname op.
Anna Bowland, eerste auteur van de studie: "Van mensen weten we dat het drinken van alcohol leidt tot de afgifte van dopamine en endorfinen en het bijbehorende gevoel van geluk en ontspanning. We weten ook dat het delen van alcohol helpt bij het vormen en versterken van sociale banden. Nu we weten dat wilde chimpansees ethanolhoudende vruchten eten en delen, is de vraag: zouden ze vergelijkbare voordelen kunnen ervaren?"
Dit raakt direct aan de vraag waarom jij drinkt.
In 2014 publiceerde Matthew Carrigan met collega's een studie in de Proceedings of the National Academy of Sciences (PNAS). Ze onderzochten het enzym ADH4, dat ethanol afbreekt in de lever. Via moleculaire klokanalyse reconstrueerden ze de evolutionaire geschiedenis van dit enzym bij primaten.
Ongeveer 10 miljoen jaar geleden ontstond er een enkele aminozuurmutatie in ADH4, van alanine naar valine op positie 294, in de gemeenschappelijke voorouder van gorilla, chimpansee en mens. Die ene aminozuurwisseling maakte het enzym 40 keer efficiënter in het oxideren van ethanol.
Oftewel, ze konden er 40x beter tegen.
De hypothese die aan dit werk ten grondslag ligt, is afkomstig van de Amerikaanse evolutiebioloog Robert Dudley. Hij noemde het de drunken monkey hypothesis. De kern: de aantrekkingskracht van mensen op alcohol is geen culturele erfenis, maar een evolutionair bijproduct van miljoenen jaren fruitetende primaten. Rijp en licht gegist fruit rook naar ethanol. Ethanol betekende suiker. Suiker betekende energie. Het brein leerde: die geur is goed.
Die 10 miljoen jaar oude mutatie zit nog steeds in jou. Je lever is erop gebouwd. Je neus herkent het. Je beloningssysteem reageert erop.
Nu het contravoorbeeld. In Maleisië leven penseelstaartspitsmuizen (Ptilocercus lowii). Dat zijn kleine zoogdieren die nauw verwant zijn aan de vroegste primaten. Ze drinken nacht na nacht de gefermenteerde nectar van de bertam palm, met een alcoholpercentage tot 3,8%. Naar lichaamsgewicht omgerekend staat dat gelijk aan meerdere glazen bier per avond voor een mens.
Ze worden niet dronken. Ze worden niet afhankelijk. Ze worden ook niet ziek.
De verklaring ligt in hun metabolisme. Hun alcoholdehydrogenase breekt ethanol zo snel af dat het bloed het nauwelijks bereikt voordat het alweer verdwenen is. Het komt de hersenen niet in. Er is geen intoxicatie. Er is geen beloningspiek. En dus ook geen verslaving.
Wat bij de spitsmuis werkt als efficiënte brandstofverwerking, werkt bij mensen anders. De ADH4-mutatie maakt ons beter in het metaboliseren van ethanol, maar niet zo goed dat het de hersenen nooit bereikt. Juist goed genoeg om er plezier van te hebben. En precies goed genoeg om er problemen mee te krijgen.
Je hersenen associëren alcohol met rijp, energierijk voedsel, met sociale verbinding, met veiligheid. Dat is 10 miljoen jaar evolutie.
In het Pleistoceen was gegist fruit niet te koop in de supermarkt.
Het was zeldzaam en seizoensgebonden.
Rottend fruit dat fermenteerde, nog voor men bedacht dat je er wijn van kon maken, was misschien maar enkele dagen in een jaar voorhanden.
Nu verkoopt iedere supermarkt flessen wijn van 12% alcohol. Je dagelijkse feestmaal om zo dronken als een aap te worden.
Dat signaal was er evolutionair nooit. Je brein is hier helemaal niet voor ontworpen.
Dit is wat onderzoekers een evolutionaire mismatch noemen. Een aanpassing die ooit nuttig was, werkt nu tegengesteld.
Hetzelfde principe zie je bij suiker.
Bij calorierijk vet.
Bij online scrollen.
De hersenen van Homo sapiens zijn gekalibreerd voor schaarste, niet voor overvloed. De beloningssystemen zijn gevoelig voor signalen die ooit zeldzaam waren. Dopamine zegt: doe dit opnieuw. Maar in een omgeving waar die prikkel altijd beschikbaar is, wordt dat systeem je eigen boobytrap.
Het mechanisme maakt namelijk geen onderscheid tussen één glas en een fles. De ADH4-mutatie reageert op ethanol, niet op de hoeveelheid. Het brein registreert de beloning, klein of groot, en zegt: doe dit opnieuw. Jouw ene biertje activeert hetzelfde oeroude systeem als een fles wodka, alleen zachter. De aap ziet de vrucht, de aap pakt de vrucht, of het nu een hap is of de hele tros.
Alcoholverslavingen zijn een erfenis van de evolutie. Het is een archaïsch systeem dat botst met een moderne omgeving. Dat maakt het niet minder reëel. Maar het verandert wel de vraag.
De vraag die we ons nu zouden moeten stellen is: waarom zoeken we nog steeds schaarste in alle overvloed?
De chimpansees in Guinee-Bissau delen gefermenteerde vruchten en versterken daarmee sociale banden. Dat is precies wat mensen ook doen. Het glas wijn bij het eten. Het biertje na de wedstrijd. De borrel na het werk. Alcohol als bindmiddel en ritueel. Als signaal van vertrouwen.
Kimberley Hockings, mede-auteur van de 2025-studie, suggereert dat dit gedrag de vroegste evolutionaire wortels van het menselijk feestmaal kan zijn geweest.
Dat het drinken en delen van gegist voedsel een voorloper is van cultuur.
Het verklaart ook waarom stoppen zo moeilijk is. Je schuift niet alleen een gewoonte weg. Je schopt tegen een systeem dat miljoenen jaren oud is, dat verbinding en beloning koppelt aan een geur die je brein herkent als goed en veilig.
Weten dat dit evolutionair is, lost het probleem niet op. Maar het geeft het wel context. Je bent geen afwijking. Je bent een primaat met een oeroud gen in een hypermoderne wereld.
En voor wie denkt: maar ik drink toch niet voor de dopamine, ik drink gewoon voor de smaak. Die smaak is ook aangeleerd. En het beloningssysteem werkt voor een groot deel buiten je bewuste waarneming om.
Die mutatie in ADH4 zit er al 10 miljoen jaar in. Je kunt hem niet uitschakelen. Maar je kunt wel begrijpen waarom hij er is. En dat begrip verandert hoe je naar jezelf kijkt als het drinken meer is geworden dan je lief is.
Monkey see is Monkey do.
Je bent toch geen aap?
Bronnen: Bowland et al. (2025). Wild chimpanzees share fermented fruits. Current Biology, 35(8), R279-R280. DOI: 10.1016/j.cub.2025.02.067 | Carrigan MA et al. (2014). Hominids adapted to metabolize ethanol long before human-directed fermentation. PNAS, 112(2), 458-463. | Gochman SR et al. (2016). Alcohol in vertebrate prey. Royal Society Open Science. | Dudley R (2014). The Drunken Monkey: Why We Drink and Abuse Alcohol. University of California Press.


Opmerkingen