De ontspanning die geen ontspanning is
- 3 dagen geleden
- 5 minuten om te lezen
Een deelnemer, laten we haar Saskia noemen, vertelde me dat ze zo moe was . Echt moe, niet het soort moe dat weggaat met een nacht slapen. Ze zei: ik weet niet wat er met me is. Ik drink eigenlijk niet eens zo veel. Twee glazen wijn 's avonds, soms drie. Gewoon om de dag eraf te spoelen.
Die zin. Om de dag eraf te spoelen.
Ik kende dat gevoel goed. Het idee dat alcohol iets wegneemt. Stress, drukte, de scherpe randjes van een dag. Dat alcohol ontspanning brengt, is misschien wel de meest hardnekkige mythe die er bestaat rondom drinken. En het is precies het soort mythe dat wetenschappelijk wordt ontrafeld terwijl de industrie haar best doet om je daar zo lang mogelijk onwetend over te houden.
Je kent het mechanisme waarschijnlijk wel uit eerdere blogs over GABA en glutamaat. Alcohol dempt het zenuwstelsel. Dat eerste glas geeft inderdaad een gevoel van ontspanning. Dat is biologisch. Dat is echt.
Maar er is een tweede speler. Een die stiller werkt en veel minder bekend is: cortisol.
Cortisol is je stresshormoon. Het wordt aangemaakt in je bijnieren en het regelt van alles: je bloedsuiker, je immuunsysteem, je slaap-waakritme, je alertheid. Bij acute stress stijgt het snel. Dat is nuttig. Het helpt je reageren. Het probleem begint wanneer cortisol structureel te hoog is.
En alcohol doet iets merkwaardigs met cortisol. Op het moment dat je drinkt, geeft je lichaam het gevoel van ontspanning via GABA. Maar tegelijkertijd activeer je de HPA-as — de hypothalamus-hypofyse-bijnier-as, het systeem dat cortisol regelt. Je brein registreert alcohol als een stressor. Niet als ontspanning. Als dreiging.
Je voelt je rustig. Je lijf maakt stresshormonen aan. Tegelijkertijd.
Een systematische review gepubliceerd in 2025 analyseerde tientallen studies naar alcoholgebruik en cortisolniveaus. De conclusie was consistent: bij regelmatig drinken zijn de basale cortisolwaarden structureel hoger dan bij mensen die niet drinken. Niet na een feestje. Niet de ochtend na een binge. Maar continu. Als basisniveau.
Wat dat in de praktijk betekent: je bent chronisch meer gestrest dan je denkt. Je cortisolsysteem is keer op keer geactiveerd. En na verloop van tijd raakt het ontregeld. Mensen met een alcoholafhankelijkheid hebben aantoonbaar hogere cortisolconcentraties, zowel terwijl ze drinken als in de periode daarna wanneer ze stoppen.
Er is nog iets anders. Wanneer je regelmatig drinkt, vermindert de gevoeligheid van je cortisolsysteem voor extra stressoren. Het systeem reageert minder scherp op nieuwe stress. Dat klinkt als een voordeel. Maar het is precies het tegenovergestelde. Je bent minder goed in staat om op stress te reageren en ervan te herstellen. Je buffer slijt.
Er is een groep mensen voor wie dit verhaal extra zwaar weegt: mensen met ADHD.
Bij ADHD is er sprake van een chronisch tekort aan dopamine en noradrenaline in de prefrontale cortex — het deel van je brein dat plannen, remmen en reguleren doet. Dat tekort maakt het leven intensiever. Prikkels komen harder aan. Stress is moeilijker te filteren. Het gevoel van overprikkeling is iets wat veel mensen met ADHD hun hele leven kennen, zonder dat ze precies weten hoe het heet.
Alcohol dempt dat even. Het maakt het drukkere brein kortstondig stiller. Het voelt als zelfmedicatie. En dat is het ook, biologisch gezien.
Maar het Trimbos-instituut bevestigt in zijn meest recente overzicht: mensen met ADHD lopen significant meer risico op het ontwikkelen van alcoholafhankelijkheid. En de overgang van matig gebruik naar problematisch gebruik verloopt bij hen sneller dan bij mensen zonder ADHD. Er zijn aanwijzingen dat dit deels te verklaren is via de verhoogde impulsiviteit die zowel bij ADHD als bij verslaving een rol speelt. Maar ook via het zelfmedicatiepatroon: je drinkt om te kalmeren, je cortisol stijgt door het drinken, je voelt je daarna onrustiger en prikkelbaarder, je hebt de volgende avond meer nodig om hetzelfde effect te bereiken.
Het is een cirkel die voor ADHD-hersenen bijzonder hard draait.
In juni 2026 publiceerde de Volkskrant een uitgebreid onderzoek naar de manieren waarop de alcoholindustrie wetenschappelijk onderzoek beïnvloedt. Grote drankproducenten financierden direct of indirect onderzoek. Ze creëerden wetenschappelijke stichtingen die op papier onafhankelijk leken, maar de agenda bepaalden. Ze lobbieden bij universiteiten. Ze zorgden dat studies over de relatie tussen alcohol en gezondheidsschade zoveel mogelijk werden vertraagd, verdund of in twijfel getrokken.
Het mechanisme is niet anders dan bij de tabaksindustrie, decennia eerder. Maar terwijl de tabakslobby inmiddels breed bekend is, is de dranklobby voor veel mensen nog steeds iets wat ergens ver weg gebeurt. Niet hier. Niet bij ons nuchtere polderland.
Eén van de meest succesvolle campagnes van de alcoholindustrie was de verspreiding van het idee dat een glaasje rode wijn goed is voor je hart. Dat idee leeft nog steeds. Op verjaardagen, bij de huisarts, in tijdschriften. Het is gebaseerd op vroeg observationeel onderzoek dat nooit causaal bewijs leverde, en dat voor een deel gefinancierd werd door de wijnbranche zelf. De meta-analyses die volgden lieten zien: het beschermende effect bestaat niet. Of het is zo klein dat het ruimschoots wordt tenietgedaan door de risico's die aan datzelfde glas kleven.
S. appte me drie weken later opnieuw. Ze was gestopt.
Na tien dagen sliep ze beter. Na twee weken merkte ze dat ze 's ochtends niet meer met een zwaarte wakker werd die ze eerder altijd had afgedaan als 'ik ben geen ochtendmens'. Na drie weken zei ze: ik ben minder bang. Gewoon... minder bang.
Dat is geen toeval. Wanneer je stopt met drinken, normaliseert je cortisolsysteem geleidelijk. De HPA-as kalmeert. Je basale cortisolniveau daalt. En dat heeft directe gevolgen voor hoe je je voelt: minder angstig, minder prikkelbaar, beter slapend, helderder denkend.
Het duurt even. Zeker als je al jaren drinkt. Je systeem moet worden gereset. Maar het herstelt.
Wat Saskia beschreef als 'minder bang zijn', is geen psychologische truc. Het is je zenuwstelsel dat terugkeert naar zijn eigen setpoint — zonder de dagelijkse cortisolpiek die alcohol jarenlang had veroorzaakt.
Alcohol werkt. Dat is het probleem niet. Het dempt, het vertraagt, het geeft tijdelijke rust. Maar het lost niets op van wat de dag moeilijk maakte. Het verschuift het.
En ondertussen, terwijl jij je ontspannen voelt op de bank, doet je bijnier zijn werk. Cortisol. Stresshormoon. Nacht na nacht.
De vraag die ik Saskia stelde, en die ik aan iedereen stel die zegt dat ze drinken om te ontspannen: wat maakt de dag zo zwaar dat je hem weg wil spoelen? En heeft het spoelen ooit echt geholpen — of heb je gewoon geleerd om met de volgende dag te beginnen alsof de vorige niet zoveel van je heeft gevraagd?
De dranklobby heeft er jarenlang voor gezorgd dat die vraag niet gesteld werd. De Gezondheidsraad zegt nu iets anders. En je cortisol liet je je gestrest voelen.
Wil je begrijpen wat alcohol echt doet in jouw lichaam en brein — niet de lobbyversie, maar de wetenschappelijke? Dat is precies waar BeGrip op alcohol over gaat. Feiten. Aards. Zonder oordeel.



Opmerkingen