Het zit in de familie
- 20 mei
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 1 jul
Je moeder dronk. Je oma dronk. Je tante dronk. Dus jij drinkt ook.
Dat is de redenering. En ze klopt niet.
Niet omdat het niet in de familie zit. Misschien zit het er wel in. Maar "het zit in de familie" en "jij bent voorbestemd" zijn twee verschillende dingen. Die twee worden te vaak door elkaar gehaald.
Genen beïnvloeden hoe sterk je de effecten van alcohol voelt, hoe snel je het afbreekt, hoe gevoelig je bent voor stress, hoe impulsief je reageert. Dat zijn echte, meetbare verschillen. Iemand met een bepaalde genetische aanleg heeft een hoger risico op problematisch drinkgedrag. Hoger risico. Niet zekerheid.
Het klassieke beeld: genen laden het geweer, de omgeving haalt de trekker over. Het geweer kan geladen zijn en nooit afgaan.
Epigenetica voegt daar iets aan toe. Niet de genen zelf veranderen, maar de manier waarop ze tot expressie komen. Trauma, chronische stress, vroege blootstelling aan alcohol — ze laten allemaal sporen achter in hoe je DNA zich gedraagt. Maar die omstandigheden zijn niet onveranderlijk. Nieuwe ervaringen, andere omgeving, ander gedrag laten ook sporen achter.
Het gevaarlijkste aan "het zit in de familie" is niet dat het onwaar is. Het gevaarlijkste is dat het als excuus werkt. Als verklaring die tegelijk een eindpunt is. Alsof de conclusie al vaststaat en het verhaal al geschreven is.
Een aanleg is geen lot. Het is een startpositie. Je moeder dronk. Dat zegt iets over haar leven, haar genen, haar omstandigheden. Het zegt niets over wat jij gaat doen met de rest van de jouwe.

Opmerkingen