Ik ben geen alcoholist
- De Grote Roze Olifant

- 19 mei
- 2 minuten om te lezen
Er is een zin die alles plat slaat.
"Ik ben geen alcoholist."
Klopt. Waarschijnlijk niet.
Het woord "alcoholist" heeft een beeld. Een man op een bankje. Een vrouw die 's ochtends al begint. Iemand die zijn baan kwijt is, zijn gezin, zijn tanden.
Dat ben jij niet. Jij werkt. Jij functioneert. Jij drinkt alleen in het weekend, of alleen 's avonds, of alleen als het een zware dag was. Dat is toch anders.
En omdat jij niet dat beeld bent, hoef jij ook niet na te denken over je drinkgedrag. Het label past niet, dus het probleem bestaat niet.
Het label "alcoholist" is een van de meest effectieve manieren om mensen weg te houden van hulp. Omdat het label te zwaar is en omdat het makkelijk te ontkennen valt. Zolang jij niet dat label bent, ben je veilig. Zolang je veilig bent, hoef je niets te veranderen.
Ondertussen drinkt de gemiddelde Nederlander die "geen alcoholist" is gewoon door. Elke avond twee glazen wijn. Elk weekend een beetje te veel. Elke maandag met een licht schuldgevoel dat verdwijnt zodra het dinsdag is.
De wetenschap kijkt al jaren niet meer naar labels. Alcoholmisbruik bestaat op een spectrum van licht tot zwaar, van "ik drink iets te veel" tot "ik kan niet stoppen." Er is geen grens waar je overheen stapt en plotseling een alcoholist bent. Er is een glijdende schaal, en de meeste mensen die er last van hebben zitten ergens in het midden.
Je bent niet verslaafd. Je hebt een verslaving.
Dat klinkt als een klein verschil. Het is een enorm verschil.
"Ik ben verslaafd" maakt van jou een definitie. Het is wie je bent, het is je identiteit, het is het eerste wat mensen over je weten. Het vertelt je dat dit is wie je bent en hoe je altijd zult zijn.
"Ik heb een verslaving" beschrijft een gewoonte. Een patroon. Iets wat je doet, niet iets wat je bent. Iets wat je doet, kun je veranderen. Wat je bent, zit vast.
Kohdi Rvyne, zegt het zo: laat je slechtste gedrag niet je beste zelf definiëren. Je hebt dingen gedaan waar je niet trots op bent. Dat maakt jou niet die dingen. Je bent de persoon die die dingen deed en die persoon kan besluiten om andere dingen te gaan doen.
Taal is niet neutraal. De woorden die je gebruikt om jezelf te beschrijven, bepalen wat je gelooft. Als je jezelf een alcoholist noemt, geef je jezelf een identiteit. Als je zegt dat je een gewoonte hebt die je wilt veranderen, geef je jezelf een richting.
Dit is geen semantisch spelletje. Het is de basis van hoe verandering werkt. Je kunt niet iets worden wat je al bent. Je kunt wel iets doen wat je nog niet deed.
Dus nee, je bent waarschijnlijk geen alcoholist. Maar je hebt misschien wel een patroon dat je leven kleiner maakt dan het zou kunnen zijn. En dat patroon heeft een naam nodig, niet om je te labelen, maar om het te kunnen aanpakken.
Noem het wat het is. Niet wie je bent.
Opmerkingen