Vrouwen drinken meer dan ooit.
- De Grote Roze Olifant

- 19 mei
- 3 minuten om te lezen
Dat moment in de supermarkt waarop je de rosé in je mandje legt en denkt: dit is gewoon en heel normaal. En het ergste van alles, dat klopt. Het is normaal. Dat is precies het probleem.
Vrouwen drinken meer dan ooit. Niet stiekem, niet schaamtevol, maar openlijk en met een hashtag erbij. #wineoclock. #mommyjuice. #roséallday. De fles is een accessoire geworden, ergens tussen de yoga mat en de weekendtas in. En de industrie weet dat. Roze etiketten, slanke flesjes, campagnes die fluisteren: jij verdient dit. Na zo'n dag. Na zo'n week. Na zo'n leven.
Hier is iets wat de rosé-reclame je niet vertelt: het vrouwenlichaam breekt alcohol trager af dan het mannenlichaam. Minder lichaamsvocht, minder enzymen in de maag, een kleinere lever. Dezelfde hoeveelheid alcohol levert bij een vrouw een hoger promillage op. Meetbaar hoger. Wat betekent in de praktijk: sneller aangeschoten, langer onder invloed, en op de lange termijn sneller schade aan lever, hersenen en hart.
De drinkadviezen die decennialang golden, waren gebaseerd op mannelijk onderzoek. Vrouwen werden er gewoon bij opgeteld. Dat is inmiddels bijgesteld, maar de cultuur negeert dat voor het gemak.
Nathalie Stüben, die in Duitsland duizenden vrouwen begeleidde naar een alcoholvrij leven, beschrijft het patroon dat ze keer op keer ziet: vrouwen drinken vaker als reactie op stress, conflict en emotioneel ongemak, om te dempen. Het glas wijn na het werk is geen beloning. Het is een uitlaatklep voor een dag die te vol was, een hoofd dat niet stopt, een lichaam dat al uren op spanning staat.
Alcohol werkt op GABA, de remmer in je zenuwstelsel. Het zet de spanning kunstmatig lager. Dat voelt als ontspanning. Dat is geen ontspanning. Je brein compenseert door de gaspedalen harder te laten werken, zodat je de volgende dag met meer achtergrondangst wakker wordt dan de dag ervoor. Je drinkt om terug te komen op normaal. Niet om je goed te voelen. Gewoon om niet zo gespannen te zijn.
En dan is er de maatschappij, die dit gedrag niet alleen tolereert maar actief aanmoedigt. Een vrouw die na een zware dag een glas pakt, is relatable. Een vrouw die zegt dat ze gestopt is met drinken, krijgt de vraag: maar waarom dan? Was het echt zo erg?
Het beeld van de alcoholist is een man. Onverzorgd, sociaal afgegleden, met een fles in een bruine zak. Dat beeld is nuttig voor het instant houden van de AA mythe en de vermakting van alcohol . De meeste vrouwen lijken er niet op. Ze zijn verzorgd, functioneren op het werk, halen de kinderen op, plannen verjaardagen.
Stüben schrijft over hoe ze zelf jarenlang niet herkende dat ze afhankelijk was, juist omdat ze niet paste bij het beeld dat ze in haar hoofd had. Dat beeld hield haar eerst van het herkennen van het probleem. Daarna hield het haar van het aanpakken ervan. Twee keer bescherming door hetzelfde cliché.
Het goede nieuws, want dat is er ook: GABA-receptoren herstellen zich. De achtergrondangst die zo gewoon was geworden dat je hem niet meer zag, wordt minder. Dingen worden weer leuk. Omdat je brein zijn eigen gevoeligheid terugkrijgt.
Vrouwen die stoppen met drinken beschrijven het zelden als verlies. Ze beschrijven het als terugkomen. Bij zichzelf, bij hun scherpte, bij het gevoel dat ze al zo lang niet meer hadden dat ze vergeten waren dat het er ooit was. Niet omdat alcohol hen iets had afgenomen. Maar omdat ze het zelf hadden ingeleverd, glas voor glas, in ruil voor een avond die iets minder scherp was.
De rosé in de supermarkt is er nog. Het rek staat vol. Het is 'gewoon' normaal.
Dat hoeft niet te betekenen dat jij hier nog aan mee hoeft te doen.

Opmerkingen