Waarom je zo slecht slaapt
- 6 jun
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 1 jul
Je valt prima in slaap. Dat is niet het probleem.
Het probleem is wat er daarna gebeurt. Om drie uur lig je klaarwakker. Gedachten. Een licht gevoel van onrust. Je hoofd is helder op de verkeerde manier. Je lichaam is moe maar je brein weigert mee te werken.
Je denkt: ik heb toch maar twee glazen gedronken. Dat klopt. En dat is precies genoeg om je slaap te verstoren.
Alcohol werkt als sedativum. Het verdooft. Dat voelt als ontspanning, maar het is geen slaap in de neurologische zin van het woord. Je slaap bestaat uit cycli van negentig minuten, met REM-slaap als de fase waarin je droomt, verwerkt en consolideert. In de eerste helft van de nacht onderdrukt alcohol de REM-slaap bijna volledig. Geen consolidatie van herinneringen. Geen emotionele verwerking. Geen herstel.
Dan, in de tweede helft van de nacht, als de alcohol is uitgewerkt, slaat het systeem terug. Je brein probeert de gemiste REM-slaap in te halen. Levendige dromen, onrustige slaap, vroeg wakker worden. Soms met hartkloppingen. Soms met zweet. Soms gewoon met dat vage gevoel dat er iets niet klopt.
Dit heet REM-rebound. Hetzelfde mechanisme als bij hangxiety: het systeem compenseert. Alcohol heeft de rem ingetrapt, en zodra de rem loslaat, schiet het gaspedaal door. Een meta-analyse in Alcoholism: Clinical and Experimental Research laat zien dat de slaaparchitectuur raakt verstoord door hoeveelheden die je waarschijnlijk niet als 'veel' beschouwt.
Je hebt jarenlang gedacht dat je een slechte slaper bent. Of dat je ouder wordt. Of dat het stress is. Het was het glas voor het slapengaan.

Opmerkingen