De bekerplant: waarom je instinct je naar de verkeerde bloem stuurt
Bijgewerkt op: 9 sep
Allen Carr beschrijft in zijn boek de bekerplant. Een tropische plant die eruitziet als een bloem en ruikt als een bloem. Insecten vliegen erin op hun instinct, en hoe dieper ze komen, hoe zoeter het wordt. Zoet, meer, dieper. Onderin is de wand glad en kan het beestje niet meer terug. Het verdrinkt in precies datgene waar het naartoe vloog.
Het insect doet niets fout, dat is het gekke. Het volgt een signaal dat in de natuur al miljoenen jaren klopt. Zoet betekent energie. Deze ene plant heeft dat signaal alleen nagemaakt.
Carr trekt de vergelijking met alcohol, en die klopt beter dan hij zelf misschien wist. Je lijf geeft een seintje. Het mist iets. Rust, slaap, water, gezelschap, een pauze na een dag vol mensen. Zo'n tekort meldt je lijf met één stofje: dopamine. Dopamine is niet het stofje van genot, al wordt dat vaak gezegd. Het is het stofje van het willen. Het zet je in beweging om iets te gaan halen, maar het zegt er niet bij wát. Waar je dan naartoe loopt, dat is aangeleerd.
En ergens onderweg heb jij geleerd dat dat seintje betekende: pak een glas. Het glas gaf snel warmte en rust, en je lijf schreef netjes op dat dit werkte. De volgende keer dat het seintje kwam, wees het weer naar het glas. Elke keer dat seintje en glas samen voorkwamen, werd de verbinding tussen die twee in je brein een beetje sterker, zoals een pad in het gras breder wordt van lopen. Na een paar jaar waren het seintje en het glas één ding geworden. Je kent dat van de deurbel: je staat al op voordat je hebt bedacht wie er kan staan.
Hier zit het misverstand waar de meeste mensen in blijven hangen. Ze denken dat het verlangen naar alcohol uit hun hoofd komt. Dat ze verkeerd denken. Dat als ze maar beter zouden nadenken, sterker zouden zijn, meer wilskracht zouden hebben, ze het glas zouden kunnen laten staan. Dat klopt niet. Het seintje komt niet uit je brein. Het komt uit een tekort. Je lijf mist iets, en je instinct kent een oplossing die al honderd keer gewerkt heeft: nectar.
Het tekort zelf wordt al die tijd niet opgelost. Het glas geeft geen slaap, geen water, geen gezelschap. Dus komt het seintje terug, en het wijst weer naar de bekerplant. Dat is geen zwakte. Dat is een goed werkend systeem dat op een nagemaakt signaal reageert.
Het verschil met het insect: jij kunt de plant herkennen voordat je erin klimt. Het insect heeft geen brein om mee te beslissen. Jij wel. Jij kunt op het moment dat het seintje komt even blijven staan en vragen wat er werkelijk ontbreekt. Moe. Honger. Verdriet. Te veel mensen om je heen, of juist te weinig. Misschien water. Misschien bewegen. Misschien stilte. Misschien gewoon ademhalen.
Geef je lijf dat, en het seintje dooft, want het tekort is dan weg. Geef je het alcohol, dan blijft het tekort staan en heb je de koppeling nog een keer bevestigd. Daar komt geen wilskracht aan te pas en geen gevecht. Je hoeft alleen te begrijpen dat het seintje niet betekent wat je dacht dat het betekende. Het was de roep van een plant die eruitziet als een bloem, maar het niet is.
Het instinct is goed. De bloem is vals.
Bron: Allen Carr, de bekerplant-metafoor, vrij vertaald en doorgedacht. Dat dopamine het willen aandrijft en niet het genot zelf, en dat alcohol via dopamine aan signalen uit de omgeving gekoppeld raakt, is aangetoond bij alcohol.
Opmerkingen