De overgang en het glas
- 28 mei
- 1 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 1 jul
Je bent 45. Je slaapt slecht. Je bent sneller geïrriteerd dan vroeger. Je hebt opvliegers die je verrassen op de meest onhandige momenten. En 's avonds schenk je een glas in, want dat helpt.
Het helpt niet. Het maakt het erger. Maar dat weet je waarschijnlijk niet, want niemand heeft het je verteld.
Alcohol verhoogt je oestrogeenspiegels. Dat klinkt misschien goed als je in de overgang zit en je oestrogeen daalt. Het is het niet. In de perimenopauze schommelen je hormonen al — oestrogeen en progesteron gaan op en neer op een manier die je lichaam niet gewend is. Alcohol gooit daar een extra variabele in. Het verstoort de hormoonbalans verder, beïnvloedt hoe je lever oestrogeen afbreekt, en vergroot de kans op oestrogeendominantie — een toestand die opvliegers, slaapproblemen en stemmingswisselingen verergert.
Alcohol verhoogt ook het risico op hormoonreceptor-positieve borstkanker — het type borstkanker dat het meest voorkomt bij vrouwen boven de 40. Het risico stijgt met de hoeveelheid. Zelfs matig drinken, een glas per dag, heeft een meetbaar effect. Als je ook hormoontherapie gebruikt, is de combinatie nog risicovoller. Niet dramatisch, maar meetbaar. En meetbaar is genoeg om te weten.
Slechter slapen na alcohol is geen toeval. Alcohol verstoort je slaap, en in de overgang is je slaap al kwetsbaar. Meer opvliegers na een avond drinken is geen toeval. Alcohol verwijdt bloedvaten en verhoogt je lichaamstemperatuur.
Je lichaam vertelt je al een tijdje wat er aan de hand is. Het gebruikt alleen geen woorden.

Opmerkingen