De wijn van mijn buurman is wél gezond
- 16 jul
- 4 minuten om te lezen
De wijn van mijn buurman is wél gezond. Dat weet hij zeker, want de dokter heeft het hem zelf verteld, twintig jaar geleden, maar een dokter blijft een dokter.
Het zat zo. Zijn vader begon wat te vergeten. Eerst de sleutels, toen de verjaardagen, toen af en toe de weg terug uit het dorp. De buurman ging met hem mee naar de huisarts. En daar, toen ze toch zaten, vroeg hij het maar meteen: dokter, dat glaasje van mijn vader, dat kan toch geen kwaad?
Het was de goede dokter om dat aan te vragen. Een oude, ouderwetse huisarts, iemand die het leven nog begreep. Hij hield zelf van een glas, en hij zei wat de buurman zelf ook hoopte te horen: welnee, een glaasje wijn of bier, daar is nog nooit iemand slechter van geworden. De twee mannen begrepen elkaar. Ze genoten van hetzelfde.
Dat die dokter naar de invalpraktijk in het buurdorp fietste omdat ze zijn rijbewijs hadden ingenomen daar dacht de buurman niet bij na. En dat hij zelf naar de dokter was gekomen omdat zijn vader steeds meer vergat, en toen vroeg of zíjn glaasje kwaad kon ook dat legde hij niet naast elkaar. Ze hadden niets met elkaar te maken. Dat vond hij. De dokter was een wijs man en geen twijfel dat hij het beter wist.
De buurman heeft drie bewijzen dat zijn glaasje gezond is, en hij haalt ze er graag bij.
De dokter zei het. Die dokter is inmiddels overleden, na een leven van genieten, en hij mocht niet meer achter het stuur, hij was zelfs bijna zijn licentie kwijt. Maar hij zei het.
Zijn vader dronk zijn hele leven en mankeerde niks. Gemakshalve vergat de buurman dat zijn vader niet meer wist hoe zijn kleinkinderen heetten, maar dat rekent de buurman niet mee, want dat was de ouderdom, niet de drank. Dat de wetenschap die twee inmiddels aan elkaar knoopt, daar heeft de buurman geen boodschap aan.
Vroeger was alles beter. Vroeger dronk iedereen en niemand deed moeilijk. Vroeger rookte iedereen ook in de trein, en niemand deed moeilijk.
Bij de nieuwe huisarts komt hij niet meer. De eerste keer dat hij er zat, kwam zo'n jong ding hem vertellen dat hij eigenlijk maar één glas mocht. En beter helemaal niks. De buurman heeft het aangehoord, is opgestaan, en niet meer teruggegaan.
Want die moderne dokters weten niks. Ze hebben nog nooit geleefd. Ze kijken op een scherm en lezen je voor wat er niet mag, en ondertussen genieten ze zelf nergens van. Geef hem de oude maar, die op de fiets, die zelf een glas lustte. Die begreep tenminste dat een mens ook nog een beetje plezier moet hebben.
Het rare is: die snotneus had gelijk, en de oude dokter niet. Maar de buurman kiest niet op grond van wie gelijk heeft. Hij kiest op grond van wie hem laat drinken. En dat is de hele truc van geloven dat het gezond is, je zoekt net zo lang tot je een referentiekader vindt dat zegt wat je wilde horen, en de bronnen die iets anders zeggen noem je snotneuzen.
Toen die oude dokter zijn geruststelling gaf, was de wetenschap het nog met hem eens. Er lag een grafiek, de J-curve, die liet zien dat mensen met één glaasje per dag langer leefden dan mensen die niks dronken. Dat glaasje leek beschermend. De dokter had de tijd mee.
Alleen klopte die grafiek niet. De groep die niks dronk zat vol mensen die gestopt wáren met drinken omdat ze al ziek waren, uitgebluste levers, kapotte magen. Geen gezonde onthouders, maar ex-drinkers die moesten stoppen omdat het al te laat was. Zet die naast een man die dagelijks zijn twee glazen drinkt en zich prima voelt, en de drinker wint op papier. Niet omdat de wijn hem beschermt, maar omdat zijn vergelijkingsgroep die niet (meer) drinkt al op sterven na dood was.
Toen onderzoekers alleen mensen meenamen die nóóit gedronken hadden, verdween het beschermende effect volledig. Het gezonde glaasje was een rekenfout die de industrie dertig jaar lang graag heeft laten bestaan. Ze betaalden ervoor dat huisartsen het hoorden en dat de tijdschriften het schreven. De oude dokter was geen leugenaar. Hij was zelf voorgelogen.
En het geheugen van de vader? In 2025 legde het grootste onderzoek ooit — een half miljoen mensen — de laatste rest van de mythe om. Geen veilige drempel voor het brein. Hoe meer alcohol, hoe groter de kans op dementie, in een rechte lijn omhoog. En het detail dat de buurman nooit zal willen horen: mensen die later dement werden, waren vaak al vóór de diagnose minder gaan drinken omdat hun brein al aan het afglijden was en de drank vanzelf minder ging smaken. Dat zijn vader aan het einde van zijn leven minder dronk was geen bewijs dat het wel meeviel. Hij was het trieste bewijs dat het al te laat was.
Zeg dit allemaal tegen de buurman en hij haalt zijn schouders op. Je moet toch ergens van doodgaan, zegt hij, en hij schenkt zijn zesde glas in. En daar valt niks tegenin te brengen, want hij heeft gelijk: je gaat ergens aan dood .
De dokter op de fiets, de vader die vergat, de goede oude tijd, de buurman leeft maar wat graag verder in het verleden en noemt het genieten. Verdrietig, wegkwijnend en zienderogen slechter worden. Hij vergeet wel eens wat, net als zijn vader, maar ach dat hoort bij de leeftijd. Vroeger was alles beter...
Zijn kinderen vragen nog wel eens of hij niet wat minder zou drinken maar hij hoort ze niet, want hij geniet.
Op je gezondheid, Buurman.
Sommige mensen moet je niet proberen te redden.

Opmerkingen