Twee glazen, en de rest
Bijgewerkt op: 21 jul
Het is vijf uur.
Zij schenkt een glaasje wijn in, hij pakt een biertje.
Zo doen ze dat al twintig jaar, gezellig.
Twee glaasjes wijn voor haar, een flesje voor hem.
Bij haar tweede glaasje pakt hij het tweede flesje. Dan gaat zij koken.
Hij pakt nog een lekkere koude klets terwijl hij de tuin inloopt om de buurman gedag te zeggen, de buren zitten ook gezellig aan hun vijf uurtje.
Ze gaan eten.
Koffie na, ze kijken naar het journaal en nog een ander tv programma.
De reclame doet nog wat mooie beloftes
Ze genieten en drinken met mate.
The night belongs to them
Heerlijk heldere gesprekken
En 's avonds, gezellig, nog een afzakkertje: zij drinkt het restje wat nog in de fles zat, hij drinkt nog een paar flesjes speciaalbier.
Borrelnootjes erbij. Chips of kaasplankje, gezellig.
Gewoon een fijne, knusse avond, zoals half Nederland.
Wij zijn niet van die drinkers, zouden ze zeggen, en zeker geen sterke drank door de week.
Reken die avond eens uit. Zij drinkt de fles leeg: driekwart liter wijn is ruim vierenzeventig gram alcohol, ruim zeven standaardglazen.
Hij drinkt zes flesjes bier: achtenzeventig gram, bijna acht standaardglazen.
Ze drinken vrijwel evenveel. Elke avond, twintig jaar lang, dezelfde hoeveelheid alcohol. En toch is hij degene met de bierbuik en zij degene die, nu ze in de overgang komt, zich beroerd voelt, slecht slaapt, en zich langzaam steeds slechter begint te voelen in die dagelijkse gezelligheid.
Hij snapt er niets van. Jij drinkt toch niet zo veel?
Hij heeft gelijk en toch ongelijk. En het verschil zit niet in wat er in het glas gaat. Het zit in het andere lichaam dat het glas leegdrinkt.
Waarom haar lichaam anders reageert
Alcohol lost op in water, niet in vet.
Een mannenlichaam bestaat voor ongeveer zestig tot vijfenzestig procent uit water, een vrouwenlichaam voor vijfenvijftig en (vaak) minder, dat hangt van je bouw af.
Spieren bevatten meer water dan vet. Na de overgang wordt dit percentage anders.
Dezelfde slok verdeelt zich bij haar dus over minder vocht, en de concentratie in haar bloed loopt hoger op. Bij dezelfde hoeveelheid drank raakt een vrouw twintig tot dertig procent sterker onder invloed dan een man. Dat is een simpele rekensom.
Dan het enzym. Alcohol wordt afgebroken door alcoholdehydrogenase, en dat begint al in de maag, een deel wordt afgevangen vóór het je bloed bereikt. Mannen hebben in hun maag veel meer van dat actieve enzym dan vrouwen. Bij haar glipt er dus meer onafgebroken alcohol door naar het bloed, en het blijft er langer. Zelfde glas, meer effect, langer alcohol in het bloed.
Twintig jaar lang was er nog een buffer, en die heet oestrogeen. En laat dat nou net het hormoon zijn dat in de overgang wegvalt.
In de overgang verandert de samenstelling van haar lichaam. Het vetpercentage stijgt, het vochtgehalte daalt. Dus die eerste factor, minder water om de alcohol in te verdunnen, wordt er niet beter op maar erger. Een hoeveelheid die vroeger weinig deed, hakt er nu harder in. Precies dezelfde fles, precies dezelfde vrouw, en toch een ander effect dan tien jaar geleden.
Ook de spiermassa kan zijn afgenomen.
En de lever moet kiezen. Als er alcohol binnenkomt, krijgt het afbreken daarvan voorrang, boven het afbreken van oestrogeen. Bij een vrouw die hormonaal al op een golvende zee zit, gooit dat er nog eens olie bij. De alcohol houdt het oestrogeen hoog op momenten dat haar lijf juist rust zoekt.
Maar het wreedste zit in de stemming. Angst, somberheid, slecht slapen, dat zijn overgangsklachten op zichzelf. En een drankje lijkt te helpen: alcohol maakt het kalmerende GABA aan en dempt het onrustige glutamaat, dus even voelt het als verlichting. Tot het uitwerkt. Dan slaat het systeem terug: het glutamaat komt met rente, de slaap verslechtert, het cortisol stijgt. De ontspannen wijntjes zijn 's ochtends omgeslagen in vermoeidheid, prikkelbaarheid en angst.
Zij drinkt om de overgang te verzachten, en de drank maakt precies de overgangsklachten erger.
Een biochemische vicieuze cirkel die zichzelf voedt: klacht, drankje, ergere klacht, drankje. En het gemene is dat de enige weg om deze loop te doorbreken is dat je minder of niet meer zou moeten drinken, en juist die klachten dan de eerste weken erger worden, omdat het uitgeputte systeem eerst moet herstellen.
Waarom hij het niet snapt
Omdat er bij hem niets is veranderd. Zijn lichaamssamenstelling schommelt niet, zijn maag houdt zijn enzym, zijn hormonen kennen geen pieken en dalen zoals haar oestrogeen. Hij drinkt al twintig jaar dezelfde zes flesjes en zijn lijf verwerkt ze al twintig jaar op dezelfde manier. Vanuit zíjn ervaring is er domweg geen probleem en dus, denkt hij dat zij overdrijft en zich aanstelt.
Hij kan het niet aan den lijve voelen, want zijn eigen lijf geeft hem dat referentiekader niet. De bierbuik is zijn enige signaal, en die doet geen pijn (behalve voor zijn ego misschien). Zij betaalt echter een hele andere rekening.
De meetlat waar deze gedachte langs wordt gehouden zegt "hij heeft geen probleem, zij wel" meet overduidelijk het verkeerde. Het is appels met peren vergelijken. En de vrouw die zichzelf geruststelt met ik drink niet zoveel en geen sterke drank, meet zichzelf met precies diezelfde kapotte lat.
Je hoeft alleen die avond eens echt op te tellen, om te begrijpen dat jouw lijf een andere rekening krijgt dan dat van de man naast je.
En of het veel is, of niet veel.
Je weet nu wel waarom jij de rekening betaalt.
En je weet nu dat je iets kan doen aan al die akelige gevoelens die dus niet tussen je oren zitten maar in je lichaam.
Ben jij de man die dit leest? Geef je vrouw vanavond een glas water tussendoor, en neem er zelf ook een! (of stel voor om vanavond die borrel te laten en gaan wandelen, win, win. Bierbuik, spieren, ontspanning en gezonde slaap, je vrouw zal je dankbaar zijn)
Opmerkingen