Afkicken is niet voor herhaling vatbaar.
- 20 aug
- 5 minuten om te lezen
Je hebt al een paar keer geprobeerd te stoppen. Misschien drie keer. Misschien zeven. Elke keer was het moeilijker dan de keer daarvoor. De ontwenningsverschijnselen waren erger, de angst groter, de slaap korter.
Dit fenomeen heet het kindling-effect.
Alcohol werkt op twee neurotransmitters tegelijk. GABA remt signalen af in je zenuwstelsel. Alcohol versterkt GABA, waardoor je je ontspannen voelt. Tegelijkertijd onderdrukt alcohol glutamaat, de neurotransmitter die signalen doorgeeft en je zenuwstelsel actief houdt. Het resultaat: de signalen in je zenuwstelsel worden trager doorgegeven.
Je brein past zich aan. Het compenseert door minder GABA-receptoren beschikbaar te maken en het glutamaatsysteem op te schroeven. Na weken of maanden dagelijks drinken is je zenuwstelsel gewend aan alcohol als onderdeel van de balans. Zonder alcohol kantelt die balans de andere kant op: te veel activiteit, te weinig rem.
Dat is alcoholontwenning. Trillen, zweten, hartkloppingen, angst, slapeloosheid. In ernstige gevallen hallucinaties en aanvallen.
Bij iemand die lang en zwaar gedronken heeft, kan abrupt stoppen levensgevaarlijk zijn. Lang en zwaar is hier een medisch begrip, geen moreel oordeel.
levensgevaarlijk als je jarenlang grote hoeveelheden hebt gedronken waarbij je lichaam het zelf laat merken: trillen of zweten, geen dag zonder drank kunnen, hartkloppingen als het glas uitblijft, 's ochtends drinken om de dag door te komen. Herken je dat, stop dan niet abrupt zonder medische begeleiding.
Ben je nooit eerder gestopt, maar heb je fysiek geen moeite met een dag geen alcohol, dan hoef je niet bang te zijn om te stoppen, je zou je dan maar beter zorgen kunnen maken over doorgaan met drinken. Volgens de richtlijn ben je al snel een zware drinker: meer dan één glas per dag is te veel, en met een halve fles wijn per dag zit je ruim boven elke norm. Dat is slecht voor je lijf.
Het is niet de categorie waar stoppen gevaarlijk wordt. Je zou je dan maar beter zorgen kunnen maken of je nog wil doorgaan met drinken.
Kindling betekent letterlijk aanmaakhout. De term komt uit het epilepsieonderzoek. Onderzoekers ontdekten in de jaren zeventig dat herhaalde, zwakke elektrische prikkels in de hersenen van ratten cumulatief effect hadden.
Na genoeg herhalingen veroorzaakten dezelfde zwakke prikkels volledige epileptische aanvallen. Het brein was sensitiever geworden door herhaling.
Hetzelfde fenomeen bestaat bij alcoholontwenning. Elk stopmoment laat sporen achter in je zenuwstelsel. De drempel voor aanvallen daalt. De volgende ontwenning is fysiologisch zwaarder dan de vorige. Omdat je brein neurologisch gevoeliger is geworden voor de afwezigheid van alcohol.
Onderzoeker Howard Becker beschreef dit mechanisme in 1998 uitgebreid op basis van diermodellen. Herhaalde ontwenningsepisodes verhogen de aanvalgevoeligheid cumulatief. Iemand die voor de eerste keer stopt, ervaart misschien slechte slaap en wat zweten. Bij mensen die jarenlang grote hoeveelheden dronken en meerdere keren met zware ontwenning zijn gestopt en opnieuw begonnen, kan dezelfde hoeveelheid alcohol na drie of vier van die cycli leiden tot aanvallen of delirium tremens (DTs), een acute staat van verwardheid, hallucinaties en gevaarlijk hoge hartslag. Dat is een brein dat fysiologisch anders heeft geleerd te reageren. Het mechanisme stapelt op doorgemaakte ontwenningen, niet op elke stoppoging: wie stopt en weer begint zonder ooit te trillen of te zweten, bouwt deze gevoeligheid niet in dezelfde mate op.
Studies van Duka en collega's laten zien dat mensen die meerdere keren ontwenning hebben doorgemaakt, significant meer cognitieve stoornissen vertonen dan mensen die voor het eerst stoppen. Verminderde aandacht, moeite met executieve functies, slechtere impulscontrole. Dit zijn niet de gevolgen van lang drinken alleen. Ze hangen samen met het aantal keren dat het brein door zware ontwenning is gegaan.
Tijdens alcoholontwenning schiet het glutamaatgehalte in het brein omhoog. MRI-spectroscopiestudies bij mensen tonen verhoogde glutamaatconcentraties in de hersenschors tijdens acute ontwenning.
Overprikkeling van de NMDA-receptor, een subtype van de glutamaatreceptor, leidt tot excitotoxiciteit. Dat is een mooi woord voor: neuronen die letterlijk doodgaan door overactivering.
De hippocampus, het hersengebied dat cruciaal is voor geheugen en ruimtelijk inzicht, is bijzonder gevoelig voor dit mechanisme. Celsterfte in de hippocampus na alcoholontwenning is aangetoond in diermodellen. Bij mensen vertaalt dat zich in geheugenklachten die niet volledig herstellen na stoppen.
Magnesium blokkeert van nature de NMDA-receptor. Het werkt als een fysiologische plug in het ionkanaal: bij normale magnesiumniveaus is de receptor minder doorlaatbaar voor de prikkels die neuronenschade veroorzaken. Alcohol put magnesiumvoorraden uit. Mensen met alcoholgebruiksstoornis hebben structureel lage serummagnesiumniveaus. Uit onderzoek van Maguire en collega's bleek dat 59% van de mensen die zich meldden met ontwenningsverschijnselen bij de spoedeisende hulp een tekort had.
Lage magnesiumniveaus hingen samen met hogere sterfte na een jaar, zwaardere ontwenningssymptomen en langere bingeduur. Niet langdurig overmatig drinken in het algemeen, maar de lengte van een aaneengesloten drinkperiode, dagen achtereen doorzakken zonder nuchter moment.
Slechts 7% van die patiënten kreeg magnesium voorgeschreven. De natuurlijke buffer voor NMDA-schade wordt routinematig over het hoofd gezien.
Magnesium zit in noten, zaden, donkergroene bladgroenten, peulvruchten en cacao. Bij iemand die stopt met drinken en actief zijn voeding aanpast, is dit geen bijzaak. Het is noodzakelijk herstelwerk.
Er is een misvatting dat mensen die meerdere keren hebben geprobeerd te stoppen en zijn teruggevallen, gewoon niet gemotiveerd genoeg zijn. Of niet willen. Het kindling-effect laat zien dat dit niet klopt. Elke terugval en elke ontwenning na opnieuw stoppen verandert de neurologie. Het wordt niet moeilijker omdat je het steeds minder serieus neemt. Het wordt moeilijker omdat je brein steeds extremer reageert op de afwezigheid van alcohol.
Dit heeft ook een praktische consequentie: hoe eerder je stopt met stoppen-en-hervallen, hoe minder schade er wordt gestapeld. Elke cyclus telt als neurologisch event.
Alcohol interfereert ook met de opname van vitamine B1, ook wel thiamine. Thiamine is een co-enzym voor meerdere processen die centraal staan in de energiehuishouding van neuronen. Bij ernstig thiaminegebrek ontstaat de encefalopathie van Wernicke: een neurologisch syndroom met oogbewegingsstoornissen, coördinatie problemen en verwardheid. Als dat niet op tijd herkend en behandeld wordt, kan het overgaan in het syndroom van Korsakoff, waarbij het geheugen permanent beschadigd is.
Thiamine zit in volkoren granen, peulvruchten, noten en zaden. Maar absorptie uit voeding wordt bemoeilijkt door maagschade die alcohol veroorzaakt. Wie langdurig heeft gedronken, heeft vrijwel zeker een tekort opgebouwd. En dat tekort vergroot de schade tijdens een ontwenning.
Stoppen met drinken is geen mentale overwinning die je even behaalt. Het is een fysiologisch proces waarbij je brein opnieuw moet leren in balans te zijn zonder een stof die al jaren zijn chemie bepaalde. Dat kost tijd. En het vraagt voedingsstoffen.
Magnesium: ondersteunt NMDA-receptor buffer, zit in bladgroenten, noten, zaden en peulvruchten.
Thiamine (vitamine B1): beschermt neuronen tijdens ontwenning, zit in volkoren granen, peulvruchten en zaden.
Slaap: tijdens diepe slaap herstelt het brein. Alcohol verstoort de slaaparchitectuur structureel. De eerste weken zonder alcohol is slaap chaotisch. Dat normaliseert, maar heeft tijd nodig.
Vermijd abrupt stoppen als je jarenlang dagelijks heel erg zwaar hebt gedronken. Bij zware lichamelijke afhankelijkheid is medische begeleiding bij het afbouwen geen luxe maar veiligheidsbeleid.
Wilskracht is het verkeerde frame. Je kunt geen wilskracht inzetten tegen een fysiologisch mechanisme dat je gevoeligheid verhoogt. Je kunt wel bewust kiezen voor omstandigheden die herstel ondersteunen, om de schade te beperken.
Mensen die begrijpen wat er in hun brein gebeurt, hebben een ander vertrekpunt.
Niet de onbruikbare motivatie voor het niet te winnen gevecht, de gedachte, ik moet sterker zijn, je kan niet tegen jezelf vechten.
Maar het begrip dat elke terugval maakt dat de volgende poging neurologisch zwaarder zal worden en je dat echt niet nog een keer wil, of zelfs, niet meer kan.
Dit is geen angststrategie, het is niet bedoeld om je de stuipen op het lijf te jagen.
Dit is neurobiologie als motivatiebron. Zodat je begrip hebt voor jezelf en het proces waar je doorheen gaat. Het is al zwaar genoeg en het helpt je niet als je denkt dat je schuldig bent aan reacties in je lichaam die beschadigd zijn, het helpt je wel met geduld om te willen herstellen.


Opmerkingen