Het kind dat wist wat het nodig had
Bijgewerkt op: 9 sep
In 1926 begon kinderarts Clara Davis in Chicago een experiment met baby's dat vandaag geen ethische commissie meer zou doorkomen, en dat precies daarom zo waardevol is. Ze zette kinderen die net vast voedsel mochten, zeven, acht, negen maanden oud, aan tafel met een dienblad vol vers, onbewerkt eten. Groente, fruit, vlees, orgaanvlees, granen, botmerg, melk. Alles apart. Niks gemengd, geen suiker, geen zout.
Toen liet ze de kinderen zelf kiezen. Geen aanmoediging, geen sturing, geen 'nog één hapje'. Het kind keek het dienblad over en at wat het wilde, zoveel als het wilde. Davis woog zelfs de slabbetjes om te weten wat er gemorst was.
Het leek eerst een zootje. Een kind at dagenlang bijna alleen vlees. Daarna weken vooral fruit. Grillig, zonder lijn. Elke ouder herkent het: de peuter die twee weken alleen komkommer wil en dan opeens weer alles eet. Maar over de weken heen klopte het precies. De kinderen groeiden goed en kozen steeds wat een groeiend lijf nodig heeft. Wat op chaos leek, was een lichaam dat zijn eigen balans zocht.
Eén jongetje had rachitis, kromme botten door een tekort aan vitamine D. Op zijn dienblad stond ook levertraan. Hij koos het zelf. Dag na dag, tot zijn bloedwaarden hersteld waren. Toen liet hij het staan. Niemand had het hem verteld. Zijn lijf wist het.
Dat is geen wonder, dat is hoe een lichaam werkt. Je lijf houdt zijn voorraad bij, ongeveer zoals jij zonder te kijken weet dat de melk bijna op is. Zakt het zink, raakt de B1 op, dan merken je cellen dat als eerste, want die hebben die stoffen nodig om suiker te verbranden en signalen door te geven. Ze melden het tekort aan je brein, en dat vertaalt het in een gevoel: trek, onrust, zin in iets. Het gevoel zegt niet wat het is. Het zegt alleen dat er iets mist. Bij een baby die nog niets heeft afgeleerd, wijst dat gevoel vanzelf naar de levertraan.
Alles op dat dienblad was echt eten. Er lag geen koek, geen chips, geen frisdrank. Davis bewees dus niet dat een kind tussen een appel en een reep de appel kiest. Ze bewees dat een lijf de weg vindt zolang er iets echts te kiezen valt.
Zet daar de gemiddelde keukenkast van nu naast. Pakjes, zakjes, frisdrank, koek, iets met zero erop. Je lijf vraagt om iets echts en krijgt iets wat er alleen op lijkt. Het blijft vragen. Die vraag voelt als trek, en die trek stil je met het volgende pakje. Of met een glas.
Alcohol maakt het erger, en dat is meetbaar. Het blokkeert de opname van vitamine B1 uit je voeding en jaagt zink je lijf uit. Precies de stoffen die je zenuwcellen nodig hebben. Je lijf roept dus harder, het antwoord op dat roepen is weer het glas, en zo blijft het rondgaan. Dorst lessen met zout water.
De baby die levertraan koos zit nog steeds in je. Je hebt alleen afgeleerd om te luisteren, en het eten op je bord is vervangen door fabrieksvoedsel en pillen. Haal het glas weg en zet er iets echts voor in de plaats, en dat oude kompas begint weer te draaien. Het heeft nooit stilgestaan. Het werd alleen overstemd.
Bron: Clara M. Davis, Self-Selection of Diet by Newly Weaned Infants, American Journal of Diseases of Children, 1928. Dat alcohol de opname van vitamine B1 remt en zink uitput, is aangetoond bij alcohol.

Opmerkingen