Wij drinken het meest
- Yvonne Zwart

- 20 mei
- 2 minuten om te lezen
Niet de tieners. Niet de studenten. Wij.
Generatie X — geboren tussen 1965 en 1980 — drinkt vaker en meer dan welke andere generatie dan ook. Dat staat niet in een opiniestuk. Dat staat in de cijfers van een onderzoek dat Lowlander in 2024 liet uitvoeren. 57 procent van Gen X drinkt wekelijks of vaker. Gen Z: 49 procent. Millennials: 56 procent. Babyboomers: 61 procent.
Goed, de babyboomers doen het nog iets slechter. Maar die zijn ook ouder. En zij minderen tenminste niet actief.
Want dat is het punt. 23 procent van de Gen Z'ers zegt te willen minderen. Bij Gen X is dat percentage beduidend lager. Wij denken niet dat we een probleem hebben. Wij denken dat we normaal doen.
En dat klopt ook. Wij doen normaal. Dat is precies het probleem.
Wij zijn opgegroeid in een tijd waarin drinken gewoon was. Niet als uitzondering, als standaard. Wijn bij het eten. Bier na het werk. Een borrel op vrijdag omdat de week zwaar was. Onze ouders deden het. De televisie deed het. De reclame deed het. Alcohol was geen genotmiddel, het was een levensstijl.
Wij waren de sleutel-generatie. Thuis zonder toezicht, zelfstandig van jongs af aan. Wij leerden onszelf te redden. En wij leerden onszelf te belonen. Dat ging hand in hand.
De jaren tachtig en negentig hadden een cultuur die je kunt samenvatten als: hard werken, hard spelen. Stress was er. Onzekerheid was er. De Koude Oorlog, de aids-crisis, economische recessies. En alcohol was de manier om dat van je af te schudden. Niet als probleem, als oplossing.
Die oplossing is nooit herzien.
Gen Z heeft hangxiety ontdekt. Ze weten dat ze de volgende dag angstiger zijn, minder scherp, minder zichzelf. Ze accepteren dat niet meer. Ze kiezen bewust voor alcoholvrij, niet omdat het moet, maar omdat ze de mentale kater niet willen.
Wij kennen die kater ook. Wij noemen hem gewoon maandag.
Het verschil is dat wij nooit de vraag hebben gesteld of het anders kon. Wij zijn opgegroeid met de aanname dat dit erbij hoort. Een glas wijn 's avonds is ontspanning. Twee glazen is ook ontspanning. Drie glazen is misschien iets te veel, maar het was een zware week.
Dat is geen verslaving. Dat is een gewoonte die zo oud is dat hij onzichtbaar is geworden.
En onzichtbare gewoontes zijn de moeilijkste om te veranderen. Niet omdat je ze niet kunt veranderen, maar omdat je ze eerst moet zien. En zien lukt pas als je stopt met denken dat je normaal doet.
Wij doen normaal. Dat is het probleem.
57 procent drinkt wekelijks. Een kwart van de Gen Z'ers wil minderen. Bij ons is dat percentage lager. Niet omdat wij gelukkiger zijn. Niet omdat wij minder stress hebben. Maar omdat wij nooit hebben geleerd om de vraag te stellen.
De vraag is simpel: waarom drink ik dit eigenlijk?
Niet als aanklacht. Gewoon als vraag.
Probeer het eens. Niet stoppen. Gewoon vragen. Vanavond, als je het glas pakt: waarom doe ik dit? Is het omdat ik het wil? Of is het omdat ik het altijd doe?
Het antwoord zegt meer dan je denkt.

Opmerkingen