Wij drinken het meest
Bijgewerkt op: 9 sep
Niet de tieners. Niet de studenten. Wij.
Generatie X, geboren tussen 1965 en 1980, drinkt vaker en meer dan welke andere generatie ook. Dat staat niet in een opiniestuk, dat staat in een onderzoek dat Lowlander in 2024 liet uitvoeren. 57 procent van Gen X drinkt wekelijks of vaker. Gen Z: 49 procent. Millennials: 56 procent. Babyboomers: 61 procent. De boomers doen het nog iets slechter, maar die zijn ook ouder. En dan het punt: een kwart van de Gen Z'ers zegt te willen minderen. Bij Gen X ligt dat percentage beduidend lager. Wij denken niet dat we een probleem hebben. Wij denken dat we normaal doen.
Dat klopt ook. Wij doen normaal. Dat is precies het probleem.
Wij zijn opgegroeid in een tijd waarin drinken gewoon was. Niet als uitzondering, als standaard. Wijn bij het eten. Bier na het werk. Een borrel op vrijdag omdat de week zwaar was. Op een verjaardag werd niet gevraagd óf je wat wilde drinken, maar wát. Onze ouders deden het, de televisie deed het, de reclame deed het. Alcohol was geen genotmiddel, het was een levensstijl. Zoals roken in de trein dat ook ooit was, en nu ondenkbaar is.
Wat zo'n opvoeding met een brein doet, is geen mening. Een kind dat vijftien jaar lang ziet dat gezelligheid en een glas samen voorkomen, legt die twee in zijn brein naast elkaar. Elke keer dat ze samen voorkomen, wordt de verbinding tussen die twee een beetje sterker. Tegen de tijd dat je zelf je eerste glas drinkt, ligt het pad er al. Je hoefde het niet meer aan te leggen, je hoefde er alleen op te stappen.
Gen Z heeft hangxiety ontdekt, die angstige, schuldige ochtend na een avond drinken. Ze weten dat ze de volgende dag angstiger zijn, minder scherp, minder zichzelf. Ze accepteren dat niet meer en kiezen bewust voor alcoholvrij. Wij kennen die kater ook. Wij noemen hem gewoon maandag.
Het verschil is dat wij nooit de vraag hebben gesteld of het anders kon. Wij zijn opgegroeid met de aanname dat dit erbij hoort. Een glas wijn 's avonds is ontspanning. Twee glazen is ook ontspanning. Drie glazen is misschien iets te veel, maar het was een zware week. Dat is geen verslaving. Dat is een gewoonte die zo oud is dat hij onzichtbaar is geworden, zoals je de kleur van je eigen keukenmuur niet meer ziet.
Onzichtbare gewoontes zijn de moeilijkste om te veranderen. Je moet ze eerst zien. Niet omdat wij gelukkiger zijn of minder stress hebben dan de generatie na ons, maar omdat wij nooit hebben geleerd om de vraag te stellen.
De vraag is simpel: waarom drink ik dit eigenlijk?
Bron: onderzoek in opdracht van Lowlander (2024) naar drinkgedrag per generatie in Nederland; de percentages zijn uit dat onderzoek overgenomen en niet onafhankelijk gecontroleerd. Dat verbindingen in het brein sterker worden van dingen die samen voorkomen, is de basisregel van het leren en uitgebreid aangetoond.

Opmerkingen